11022021 - wateringen, wippolderlaan,  N211,  meest

Stoornis

“Volgende week ben jij toch aan de beurt, mam?” 

We sjokken door het mulle zand.  

“Vrijdag al. In het ADO-stadion.” 

“Is dat ook een vaccinatie locatie van de GGD? Ach, daar zit je in een kwartiertje.” 

“Nou.” Hoor ik haar achter mij lachen. “Niet als ik rijd.” 

Ik draai mij om en kijk haar vragend aan.  

“Als ik met de auto ga rijd ik altijd via Rijswijk en Voorburg naar het ADO-stadion.” 

“Maar dat is hartstikke om.” Zeg ik verbaasd.  

“Ja klopt…” Ze valt stil. “Maar dan hoef ik niet langs die enge flitspaal. “ 

Ze laat een stilte vallen. Kijkt mij afwachtend aan.  

“Mám!!!!” Roep ik verbaasd, geschokt en lachend tegelijk. “Je bent tweeënzeventig. Dan durf je toch wel langs een flitspaal?” 

“Niet langs die! Die van de Wippolderlaan is akelig! Iedereen rijdt daar 80 en dan moet ik opeens remmen en dan ben ik bang dat ik geflitst word of opeens een rood stoplicht heb. Of dat ik geen tijd meer heb om te remmen. Nee hoor, ik rijd wel om!” 

Ik gier het uit van het lachen. Mijn stoere sportieve mama die mij heeft geleerd nooit bang te zijn, durft niet langs de beruchte flitspaal op de Wippolderlaan. Mijn moeder die vroeger zei dat ik gewoon midden in de nacht alleen naar huis kon fietsen, ‘Want er lag echt geen enge kerel precies op dat tijdstip op mij in de bosjes te wachten.’ Ze had gelijk. Nooit een enge kerel gezien. Nog steeds fiets ik midden in de nacht onbevreesd door het bos.  

Ze reed naar Luxemburg, Zwitserland, Oostenrijk en Noorwegen. Ik vond het een vanzelfsprekendheid; zo’n moeder achter het stuur. Ook ik doorkruis Europa in de auto. Mijn moeder kon álles, vreesde nergens voor dus ik ook niet. Een kei van een voorbeeld!  

Tot die ene flitspaal kwam. Ze verstijfde naast mij in de auto zodra we het Westland uit reden en dé paal naderde. Hield op met praten. Keek zenuwachtig in het rond. Ademde pas weer door zodra we dé paal gepasseerd waren. 

“Bestaat daar ook therapie voor?” Vraagt ze lachend. “Of zal het een bekende stoornis zijn?”  

Lopend langs de zee babbelen we erop los. Lachen om haar flitspaal-stoornis. “Weet je wat mam. Ik zal er eens over schrijven. Dan vraag ik of meer mensen last hebben van die ene paal tussen de Mac Donalds en de A4.”  

We stappen stevig door. 

Ze ziet het niet maar ik loop met een grote glimlach op mijn gezicht. Een glimlach om mijn moeder. Ze is de liefste, de sportiefste, de meest onbevreesde maar wel één met een flitspaal stoornis. 

X Carlijn

Herken jij het? Laat even een reactie achter voor mijn moeder! Zal ze leuk vinden!

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on skype
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Mijn e-book ‘Papa gaat over de tong’ is uit!

Recente reacties
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on skype
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

1 gedachte over “Stoornis”

  1. Hallo lieve moeder van Carlijn!
    Ik ben er zo eentje die altijd op de tomtom rijd…anders raak ik in paniek omdat ik heel slecht ben in de weg..flitspalen en snelheden worden daarop gelukkig aangegeven. En ja…vroeger reed ik ook enorme afstanden…in één ruk naar de wintersport en een rondreis door de usa met de kids in mijn eentje. Maar dat red ik nu ook niet meer…is allemaal héél normaal op onze leeftijd…en we hoeven ook niet echt meer… Alle liefs!

    Beantwoorden

Plaats een reactie