Duurt het laden te lang? Klik hier

“Ik ga een kerk bouwen van Lego.”

“Dan maak ik er een zwembad bij.”

Ik glimlach. De twee vriendjes spelen in mijn woonkamer. Vier jaar oud. Groot maar toch zo klein.

“Op de kerk komt ook een toren.”

“Wat is een kerk eigenlijk?”

“Ik ga altijd naar de kerk. Dat is het huis van Jezus.” Zegt het buurjongetje ernstig.

“Echt? Woont Jezus in de kerk?” Vraagt Jack verbaasd.

“Nee Jezus woont op een wolk. Want Jezus is dood.”

“Waarom zeg je dan dat hij in de kerk woont?”

“Omdat we daar aan Jezus denken.“

Jack snapt er niks van. Kijkt met opgetrokken wenkbrauwen naar zijn vriendje. Ik geef de jongens allebei een appeltje en ga weer verder met mijn werk. Doe alsof ik ze niet hoor.

“Als iemand boos is zegt hij ook Jezus.” Zegt Jack serieus terug.

“Maar dat mag niet. Dat is vloeken. Dat mag niet van Jezus. Als Jezus dat hoort wordt hij boos.”

“Maar dat hoort Jezus toch niet? Die woont toch op een wolk?”

Ik begin een moeizame uitleg. Vertel over de goden die heel lang geleden echt bestonden. Dat mensen ze herdenken in de kerk. Maar ik, als ongelovige, raak verstrikt in mijn eigen onhandige kindvriendelijke versie.

“Weet je Jack. Ik weet ook niet precies wat de kerk is. We halen er wel een keer een boekje over in de bibliotheek!” Red ik mijzelf.

“Ik weet wel alles van de kerk.” Het buurjongetje kijkt mij wijs en overtuigend aan.

“Als wij gaan eten vouwen wij onze handjes en danken Jezus voor het eten.”

“Als wij gaan eten, dan….”

Jack maakt zijn zin niet af. Kauwt driftig op zijn stukje appel. ‘Nee Nee, shit! Zeg het niet’ denk ik.

Ik vermoed al wat hij gaat zeggen. Ik wil hem onderbreken maar ik ben te laat.

“Als wij gaan eten, dan klappen wij in onze handjes voor Carlijn.”

Ik begin te lachen. Sta op. Geef Jack een dikke knuffel. Het buurjongetje kijkt verbaasd. Zegt niets meer. Ik leg uit dat we klappen voor diegene die heeft gekookt. Dat het klappen een soort grappige manier van dankjewel is. Omdat iemand moeite heeft gedaan voor het hele gezin.

Het buurjongetje staat op. Zegt vrolijk gedag en rent naar buiten. Naar huis. Waar hij aan tafel zal gaan. Zal danken aan Jezus. Of misschien, heel misschien ook zal klappen voor degene die heeft gekookt…. 😉

X Carlijn

Geef een reactie

Sluit Menu

Pin It on Pinterest