Duurt het laden te lang? Klik hier

Voor de tweede keer ben ik bezig met mijn dood. Het voelt rustgevend. Niet meer ongemakkelijk of vol wanhoop, zoals de eerste keer.

Zes jaar geleden zat ik vol angst over de zoveelste operatie die ik moest ondergaan. Ik was ziek. Had pijn. Bijna wanhopig. “Doe iets!” Smeekte ik de arts. En dat deed hij. Rectum er uit. Amputatie van de anus. Ik kende de cijfers waarbij het mis kon gaan. Een dag voor de operatie kreeg ik de angst niet meer wakker te worden na de narcose. Alsof mijn dood zomaar onverwachts kon toe slaan.

‘s Nachts, toen iedereen sliep, fantaseerde ik over hoe dat zou gaan. Zal er paniek zijn in het ziekenhuis? Wie vangt mijn ouders en zussen op? Een scenario waar ik niet aan wilde denken maar wat steeds in mijn gedachten terug kwam. En dan de uitvaart. Een kille zaal. Mijn zussen die mijn ouders ondersteunden. Neefjes en nichtjes verdrietig. Een dame van het uitvaartcentrum die iets over mij ging vertellen.

Nee. Zo mocht het niet gaan. Als ‘schrijfster van de gevoelige snaar’ wilde ik niet dat een ander mijn speech zou schrijven. Midden in de nacht ging ik uit bed. Bureaulampje aan. Laptop open. Uren heb ik zitten tikken. Mijn laatst geschreven letters aan mijn dierbaren. Grapjes over mijn leven, lieve woorden over mijn zussen, een dankwoord aan mijn ouders. Terugkijkend.

De speech ging in een rode envelop. Extra A4tjes voor mijn neefjes en nichtjes voor als ze 18 jaar werden. Vol herinneringen en foto’s van alle logeerpartijtjes bij tante Carlijn. Aanvullend een testament. Dichtgeplakt met tape. Op de voorkant schreef ik: ‘Hoi allemaal. Als ik dood ben is dit mijn uitvaartspeech.’ Nu kan ik er om lachen. Toen niet. Bittere ernst.

Na uren terug mijn bed in. Er was weer rust in mijn hoofd. Alles was geregeld. Als het echt niet anders kon mocht de dood komen. Zoiets.

Dat gebeurde uiteraard niet. Ik werd geopereerd. Had ‘vlammende kiespijn in mijn kont’ en vele complicaties maar ik herstelde. De rode envelop verdween onderin de kast. Later in de papierversnipperaar.

Nu, jaren later, ben ik voor de tweede keer bezig met mijn dood. Deze keer zonder angst. Zonder ziekte. Zonder operaties. Zonder visioenen over mijn uitvaart. Mijn vriend en ik regelen onze toekomst. We zitten op de bank met een accountant en bespreken de opties.

“Als ik dood ga wil ik dat je niet met lege handen achterblijft.”

“Ik wil geen speech van het uitvaartcentrum! Alleen mijn zussen, neefjes en nichtjes, ouders en jij mogen spreken.”

“En ik wil geen cake met koffie hoor. Bitterballen en wijn.”

Bijna gezellig. Alsof we een potje zitten te kwartetten. Het is geregeld en dat is fijn. Geeft rust. Net als toentertijd mijn afscheidsspeech in de rode envelop. Mijn dood mag nog dertig jaar wegblijven, maar als hij komt weet ik dat het voor de mensen waar ik het meeste van houd goed geregeld is. Dat maakt mijn dood niet minder doods maar wel minder eng.

X Carlijn

Delen is Lief

Foto: Thierry Schut Fotografie

Deze post heeft 6 reacties

  1. Als je gezond bent, ben je daar niet zo mee bezig! Toch vind ik dat iedereen…gezond of niet iets dierbaars zou moeten achterlaten. De dood kan soms onverwacht komen…
    Alleen dat idee al breekt mijn hart.
    De dood hoort erbij….

    Liefs Lynda

  2. Wat goed Carlijn, wij hebben het er ook vaak over wat en hoe we willen en vooral hoe we het niet willen. Ik vind het mooi het bespreekbaar te maken en inderdaad hopelijk duurt het nog heel lang.

  3. Mooi en herkenbaar

  4. Wat een rake tekst Carlijn. De dood in levenden lijve. Blijf schrijven!

Geef een reactie

Sluit Menu

Pin It on Pinterest