Duurt het laden te lang? Klik hier
“Mama, is dat vuurwerk op tv? Vuurwerk voor sinterklaas omdat hij met de boot is aangekomen?”
Het ontbijtnieuws staat aan. Nederland wordt wakker. Mijn nichtje zit in haar Frozen shirt met een boterhammetje voor de tv terwijl mijn zus haar lange blonde haren vlecht. Een idyllisch maar doodgewoon tafereeltje wat zich afspeelt in veel huiskamers op deze vroege morgen. Inderdaad doodgewoon…

Wat moet zij antwoorden?

“Nee schat, dat zijn mensen die elkaar dood maken. Het is oorlog zegt de baas van Frankrijk dus zij schieten op elkaar”. Is dat wat je op deze morgen tegen je vierjarige dochter moet zeggen? Of ga je mee in haar wereld vol onschuld omdat je haar blauwe oogjes die vol verwachting naar de Parijse daken kijken wilt laten geloven dat sint daar loopt. Sint met zijn pieten op de daken. Vuurwerk om het te vieren.
De ochtend ontwaakt met terreur in Parijs. Social media wordt overspoeld met angst, meningen, wijsheden, tegenstrijdige reacties en mensen die zich boos maken. De een boos op het westen of ISIS, de ander boos op Amerika en weer een ander boos op de kogel die haar geliefde afgelopen weekend trof. Ik zie het met lede ogen aan. Ik lees mij in op Wikipedia omdat ik niet begrijp hoe het nu precies zit met Syrië. Omdat ik niet snap wie nu gelijk heeft. Maar ook Wikipedia kan mij hier niet bij helpen. Het is zo complex dat ik mij maar richt op mijn eigen gevoel en vrees. Ik weet de oplossing niet dus ik verkondig hem ook niet.
Enkele uren later zit ik aan tafel met mijn andere nichtje. We hebben zojuist een verse smoothy gemaakt met vijf gekleurde rietjes er in. We doen alsof het feest is. K3 dreunt door de speakers met hun favoriete song ‘van Afrika tot in Amerika’. Was iedereen maar zo blij van Afrika tot in Amerika, denk ik bij mijzelf. Terwijl ik de knakworstjes op haar boterham in stukjes snijd blijkt ook zij iets opgevangen te hebben van het terreur in de wereld.
“Carlijn, mijn oom is toch politie?”
“Ja schatje, dat klopt.”
“Ik heb dat op school verteld en ik heb verteld dat hij alle boeven in Parijs kan vangen want mijn oom is heel groot en sterk.”
Mijn hartje bloedt. Lief kind, hoe kan ik jou vertellen dat de grote spieren van jouw oom niet helpen tegen bomgordels? Dat een granaat ook haar stoere oom als een veertje weg zal blazen?
“Ja lieverd! Goed idee van jou. Laten we hem naar Parijs sturen.” Zeg ik enthousiast.
‘Alsjeblieft niet’ denk ik er direct achteraan. ‘Laat hem hier, veilig in ons dorp.’
Als de kinderen weer naar school zijn open ik de ene na de andere nieuws app. Ik wil weten wat er speelt, waar wij Nederlandse burgers aan toe zijn. Als ik even later in de bus zit ben ik mij bewust van mijn zitplaats. Hoe zien de mensen er uit om mij heen? Zie ik verdachte personen? En zo nee, hoe zouden die er dan uit moeten zien? Waar is de nooduitgang? Kan ik makkelijk wegkomen? Moet ik mijn hakken alvast uit doen zodat ik beter kan rennen? Kortom; ik ben alert, of liever gezegd angstig. Precies zoals de daders zouden willen.
‘s Avonds worden de amateur beelden van de schoten in Parijs herhaald. Mijn gedachten gaan weer terug naar de opmerking van mijn nichtje. Vuurwerk voor sinterklaas. Ik neem een besluit om mijn angst naar de achtergrond te drukken: Mijn kop gaat de komende weken terug in het zand. Ik zing uitbundig met sinterklaasliedjes mee:  ‘Hoor wie klopt daar kinderen, hoor wie klopt daar kinderen’.
Het is de sint. Of zijn pieten. Maar nooit de IS-strijder. Nee, die klopt niet op de deur. Die kan het niet zijn. Die steekt vuurwerk af voor de sint.

Geef een reactie

Sluit Menu

Pin It on Pinterest