Opent in een nieuw tabblad

Weer even jong…

Door Carlijn Willemstijn
maandag, 12 oktober 2026
1 reactie

“Echt, kom je mij halen?” Vraagt ze verheugd door de telefoon.

“Leuk hoor. Ik zal klaar staan. Moet mijn rollator mee?”

Ik antwoord dat dat niet hoeft. Dat ik haar een arm kan geven en ze niet ver hoeft te lopen. Dat we een stukje met de auto gaan rijden en ergens een kopje koffie zullen gaan drinken.

“Ach Carlijn, wat kijk ik daar naar uit. Ik ga niet zo vaak meer op stap dus hartstikke leuk! Tot zaterdag half elf. Ik zal klaar staan.”

Twee dagen later staat ze inderdaad klaar bij de ingang van het verzorgingshuis. Bijna drieënnegentig jaar, keurig gekapt, steeds vaker een beetje vergeetachtig maar ze loopt als een kievit en is op haar goede dagen scherp van geest en breed geïnteresseerd. Zodra ze mijn auto ziet dribbelt ze gehaast naar buiten.

“Goedemorgen. Zal ik even helpen?” Zeg ik zodra ze mijn autoportier opent.

“Nee hoor Carlijn, zeker niet. Ik kan alles zelf.” Ze gaat snel zitten, gooit de deur weer dicht, klikt haar riem vast en zegt: “Zo, daar gaan we.”

Ik gniffel inwendig. Van horen zeggen weet ik dat ze geen makkelijke vrouw is geweest. Er is veel gebeurd. Veel miscommunicatie, teleurstellingen en hoge verwachtingen waar haar naasten niet aan konden voldoen. Ze was complex en maakte niet altijd de juiste keuzes en beslissingen. Uiteindelijk overleefde ze haar hele familie. Er bleef niemand over die naar haar om kon kijken. Daarom wees de rechtbank mij vorig jaar aan als mentor om haar zorgbelangen te behartigen.

Zoals ik haar nu ken, met dementie, is ze een vriendelijke en dankbare vrouw. Ze is waarschijnlijk milder geworden in de loop der jaren.

We rijden een rondje door het Westland. Ze leidt mij langs huizen waar ze als klein meisje heeft gewoond. Ik weet toevallig dat deze huizen ver na de oorlog zijn gebouwd, dus het kan niet kloppen maar ik praat met haar mee. Maar dan, in de Appelstraat in Naaldwijk, is ze opeens scherp van geest en schetst ze de situatie van 1952. Ze vertelt over vroeger, de achterpoort, haar slaapkamer met de ijsbloemen op de ramen, dat ze hier achttien jaar werd en hoe haar vader haar stimuleerde om door te leren. Hoe ze vervolgens altijd hard heeft gewerkt en haar eigen geld heeft verdiend.

We drinken een kopje koffie in een restaurantje waarvan Bep weet dat hier in 1965 de pastoor woonde. Ik weet niet of het haar dementie is of de waarheid dus zodra Bep naar het toilet gaat Google ik het.

Ze heeft gelijk. Hier woonde in 1965 de pastoor.

En daar, aan dat tafeltje in het restaurant, met het geroezemoes van de overige gasten op de achtergrond leert ze mij onbedoeld een wijze les: Ja, ze heeft dementie. Ja, vaak gaat het mis, is ze in de war en haalt ze zaken compleet door elkaar. Maar er zijn blijkbaar ook goede dagen waarop haar geheugen scherp is. Waarop ze onophoudelijk vertelt en mij meeneemt naar haar jongere ik. Ik neem mij voor om dit vaker te gaan doen; rondjes rijden door de Gemeente, herinneringen ophalen en vooral háár laten praten. Vragen stellen. Oprechte interesse tonen. En bovenal: Van haar leren.

Na twee uur breng ik haar weer thuis. Ze is stilletjes. Moe. Als ze uitstapt en ik haar aan de arm naar haar kamer breng zegt ze:

“Het was een fijne dag. Ik was weer even jong. Ik heb genoten! Dankjewel!”

“Ik heb ook genoten!” Zeg ik glimlachend, voordat ze haar kamerdeur sluit.

En ik meen het want er gewoon zijn, omdat niemand anders er meer is, is de meest makkelijke taak voor mij als mentor!

Liefs Carlijn

1 reactie

  • Wat laat je ons meegenieten Carlijn en wat super lief dat je dit voor- en met haar hebt willen doen. Dank je wel!

Laat je reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.